Hof ´s-Hertogenbosch 21 april 2015: Toepassen beslagvrije voet bij bankbeslag i.c.

Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft een arrest gewezen, waaruit blijkt dat de beslagvrije voet (op grond van de aanwezige omstandigheden) ook moet worden toegepast indien er sprake is van een bankbeslag. Met name rechtsoverweging 3.7.3 is van belang, die u bijgaand gemakshalve aantreft.

“Naar het oordeel van het hof wordt het systeem van de beslagvrije voet op onaanvaardbare wijze doorbroken indien – zoals [kredit] kennelijk betoogt – de werking van de regeling eindigt zodra het beslagvrije bedrag uit het vermogen van de uitkerende instantie is geraakt door storting op een bankrekening ten name van de gerechtigde, zodat beslag wel mogelijk is op het saldo van de beslagvrije voet zodra dat saldo is bijgeschreven op de bankrekening van de schuldenaar. Aan het doel en de strekking van de beslagvrije voet wordt ernstig afbreuk gedaan doordat door het beslag op die bankrekening geen geld meer ter beschikking is voor het levensonderhoud van de onderbewindgestelden. In dit verband is van belang dat voor beslag onder bijvoorbeeld de werkgever op loon of onder de uitkerende instantie op de uitkering een beslagvrije voet geldt, maar dat van die werkgever en instantie niet kan worden verlangd het beslagvrije gedeelte contant uit te keren. Er zal in de regel betaling via een bank worden gerealiseerd. Aan de toepassing van de regels van de beslagvrije voet moet derhalve deze uitleg worden gegeven dat een beslag onder de bank op de rekening van de gerechtigde niet zal beklijven voor zover daarop het beslagvrije gedeelte van de uitkering is gestort (in de zelfde zin rb. Amsterdam 16 november 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009: BK3544 en rb. Rotterdam 17 oktober 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:8478).

Voor deze uitleg vindt het hof nog steun in artikel 475a lid 1 Rv waarin wordt bepaald dat het beslag zich niet uitstrekt tot vorderingen (of zaken) die volgens de wet niet voor beslag vatbaar zijn. Het beslagvrije deel van een WAO-uitkering is niet vatbaar voor beslag en wordt niet vatbaar voor beslag door storting op de bankrekening van de rechthebbenden.

Het door de voorzieningenrechter genoemde arrest HR 21 mei 1999, NJ 2001/630 doet hier niet aan af.”

 

BRON: Hof ‘s-Hertogenbosch 21 april 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:1496 (volledig arrest)