Einde alimentatie na verzonden sms

Op enig moment heeft een alimentatiegerechtigde haar ex-partner een sms verzonden met de volgende tekst ‘Per 1 januari kan je stoppen met de alimentatie de drie maanden die ik nog tegoed heb moet je nog voldoen en dan ben je van mij af’. De ex-man heeft vervolgens alleen nog de drie maanden voldaan . De alimentatiegerechtigde bedenkt zich echter en maakt alsnog aanspraak op de alimentatie. Hiertoe wordt vervolgens een deurwaarder ingeschakeld. De ex-man start een executiegeschil. De voorzieningenrechter te Lelystad heeft tot slot vonnis gewezen. Wie heeft er gelijk?

Met name rechtsoverweging 4.5 tot en met 4.7 is van belang, waarin de voorzieningenrechter diens oordeel geeft:

4.4. De vraag die thans aan de voorzieningenrechter voorligt, is of voorshands voldoende aannemelijk is geworden dat partijen zijn overeengekomen dat [eiser] niet meer hoeft te voldoen aan zijn verplichting alimentatie te betalen voor het door het gerechtshof bij beschikking bepaalde bedrag.Partijen kunnen ingevolge artikel 1: 157 BW bij overeenkomst afstand doen van de onderhoudsbijdrage die de een aan de ander na de echtscheiding verschuldigd is. Op een dergelijke overeenkomst zijn de gewone regels met betrekking tot overeenkomsten van toepassing. Dat betekent dat de overeenkomst in beginsel vormvrij is en tot stand komt door aanbod en aanvaarding. Nu tussen partijen vaststaat dat [gedaagde] het in r.o. 2.3 geciteerde sms-bericht heeft verstuurd met de bedoeling de partneralimentatie te beëindigen en [eiser] dit aanbod heeft aanvaard, is de voorzieningenrechter van oordeel dat voorshands voldoende aannemelijk is geworden dat [eiser] niet meer hoeft te voldoen aan zijn verplichting alimentatie te betalen voor het door het gerechtshof bij beschikking bepaalde bedrag. De voorzieningenrechter zal de vordering van [eiser] tot staking van de executie van de beschikking van 8 oktober 2008 dan ook toewijzen.

4.5. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan deze veroordeling een dwangsom te verbinden. [eiser] heeft niet gesteld dat gevreesd moet worden dat [gedaagde][gedaagde] dit vonnis niet zal naleven of dat de deurwaarder ondanks dit vonnis de bedoelde executie zal voortzetten.

4.6.De vordering tot terugbetaling van reeds geïncasseerde bedragen zal devoorzieningenrechter afwijzen. Niet gesteld of gebleken is dat er reeds bedragen zijn geïncasseerd.

Kortom, door de aanvaarding van de ontvangen sms waarin een aanbod is gedaan aan de ex-partner is een rechtsgeldige overeenkomst tot stand gekomen. De man hoeft geen alimentatie meer te betalen!

Bron: rechtspraak